Werkstuk Aardrijkskunde Maleisie


download 112.21 Kb.
jenengWerkstuk Aardrijkskunde Maleisie
Kaca1/6
KoleksiDokumen
c.kabeh-ngerti.com > Dokumen > Dokumen
  1   2   3   4   5   6


Werkstuk Aardrijkskunde Maleisie

Inhoudsopgave

Voorwoord

Orintatie

Geschiedenis

Bevolking

Staats Inrichting en politiek

Economie

Klimaat

Landschappen

Flora en Fauna

Belangrijke steden

Toeristische attracties

Conclusie

Bronnenlijst

Voorwoord

Ik doe mijn werkstuk over Maleisi omdat ik het een mooi land vind met een mooie geschiedenis.

Vooral de landschappen spraken mij veel aan en de verschillende culturen.

Ik ben er zelf op vakantie geweest, dus ik wist al het een en ander te vertellen.

Ik was zeer over de indruk over het land en had er ook al veel informatie van thuis liggen.

1. Orintatie

Oppervlakte: water: 1,200 vierkante km

land: 328,550 vierkante km Totaal: 329,760 vierkante km

Lengte- en breedtegraad: 2 30 N, 112 30 E

Tijdzone: Plaatselijke Tijd : 02:51

Verschil met lokale tijd : 6 uur voor

Verschil met UTC: 8 uur voor

Hoofdstad: Kuala Lumpur

Bevolkingsaantal: 22,662,365 (Juli 2002)

Taal: Maleis, Engels, in Malakka Nederlands

Religie : Moslim, boeddhisme, Hindoesme, Christendom

Munteenheid: ringgit (MYR)

2. GESCHIEDENIS

Veel landen hebben te maken met de geschiedenis van Maleisi. In het kort ga ik u wat vertellen over de indrukwekkende geschiedenis van Maleisi.

2.1 Prehistorisch Maleisi

Wanneer de eerste mensen in Maleisi woonden is niet bekend, maar we weten wel dat het volk van toen voor kwam uit oude Indische, Chinese en Arabische volkeren.

Ze weten dat, omdat er in Niah in de staat Sarawak (op Borneo) een schedel is gevonden van 35.000 v. Chr., dat gelijk het oudste bewijs is dat er in dat er in Azi is gevonden, dat wees op het soort volk dat er in die tijd leefde.

In de oertijd leefden de mensen in kalksteengrotten (rotswoningen), en gebruikten ze stenen werktuigen voor het malen en snijden. Op de jacht naar dieren gebruikten ze speren (iets wat daar nu nog gebeurt). Een typisch Maleisies gereedschap was de vuistbijl die ze tegen een stenen muur slepen zodat hij een spitse punt kreeg.

Rond 2500 v. Chr. kwamen er prote-maleisiers die andere schiereilanden hebben ontdekt.

Zij hadden betere werktuigen en waren niet alleen jagers maar ook landbouwers en zeevaarders. Rond 300 v. Chr. kwamen er nieuwe immigranten. Dit waren de deutero-maleisiers (dat waren Chinezen en Indiҫrs en volken uit Arabie en Siam (het huidige Thailand). Zij hadden gereedschappen van ijzer en namen een nieuwe manier van verbouwen met zich mee.



2.2 Indiase Invloed


De bewoners van Maleisi kwamen door handel veel te weten over de beschaving en culturen van andere landen. Omdat het schiereiland precies op het punt lag, waar de grote handelsroutes over zee tussen het grote afzetgebied India en China samenkwamen, was het een perfecte plaats om te handelen met andere landen en het was een goed inkomen voor de bevolking: de mensen trokken naar de kust toe om daar werk te gaan zoeken.

Er wordt vanuit gegaan dat de eerste reizen van India naar het schiereiland Maleisi rond het begin van de jaartelling gemaakt zijn. Omdat de afstanden zo groot waren en daardoor de reizen zo lang, hadden ze veel bemanning aan boord nodig en dus ook veel voedsel, soms wel voor meer dan een jaar. Daartoe namen ze levende kippen en geiten mee en maakte ze ook groentetuinen op het dek.

De schepen stopten op het Maleisische schiereiland om nieuwe voorraden in te kopen.

Door dat oponthoud ontdekten de Indiase kooplieden dat er op het schiereiland goud, aromatische houtsoorten, en specerijen te krijgen waren. Ook ontdekten ze dat ze ook via kusten en andere schiereilanden konden varen zonder dat ze door de gevaarlijke zeestraten en zeen kwamen die door andere rovers en piraten onveilig gemaakt werden. Al snel ontstonden er langs deze zeestraten handelsnederzettingen.

Door de vele Indiase handelaren die een hindoestisch of boeddhistisch geloof hadden werd het geloof snel overgenomen en kregen ze veel aanhangers. Ze bouwden daar tempels en anderen heilige bouwwerken. Alleen in Kedah zijn nog bouwwerken uit Maleisi teruggevonden. Verschillende Nederzettingen groeiden uit tot Koninkrijken.

2.3 De stichting van Malakka

Maleisi is onder veel verschillend gezag geweest, door allerlei soorten volken. Zo groeide in de 14e eeuw een klein visser dorpje uit tot een waar handelscentrum.

Het kleine schiereiland Tumasek (dat heet tegenwoordig Singapore) werd geregeerd door Iskander Shah, ook wel genoemd Parameswara.

Toen de Javanen het eiland aanvielen, vluchtte hij met zijn volgelingen naar Muar, gelegen aan een rivier bij de grens tussen de staten Johor en Negri Sembilan. In 1403 trok hij weer verder naar een klein vissers dorpje.Toen hij daar ging jagen met zijn honden kreeg een hond van hem een schop van een dwerghert. De koning kon waardering opbrengen voor het lef en zei dat hij hier opnieuw wilde beginnen, omdat hij op dat moment net naast een Malakka- boom stond noemde hij het nieuwe dorpje maar Malakka. Onder zijn bevel werd Malakka ( nu Malakka, een schiereiland van Maleisi) een handelscentrum.

Hij en zijn volgelingen plantten daar nieuwe gewassen en ontdekten toen tinafzettingen.

En terwijl de gemeenschap groeide, kwamen er steeds meer passerende schepen in Malaka aan om proviand in te slaan. Toen de nieuwe welvaart bekend werd groeide het aantal inwoners in 2 jaar met zon 3000 nieuwe inwoners.

In 1407 zond een Chinese keizer een marinier (Tsjeng ho) naar Malakka om het dorpje stadsrechten te verlenen en het zelfs tot koninkrijk uit te roepen.Hierdoor moest hij wel trouw zijn aan China en andersom. Daardoor kreeg Malakka meer aanzien en werden ze beschermd tegen de Siamezen. Het vissersdorpje lag ook op de handelsweg van vele schepen uit het oosten en uit Europa maar de stad had een eigen haven die groot genoeg was voor alle schepen.

2.4 De Opkomst van de Islam

Aan het eind van de 13e eeuw brachten islamitische handelaren uit India de islam met zich mee naar Maleisi.Tegen het eind van de 15e eeuw had heel Malakka deze godsdienst aangenomen. De heersers noemden zich vanaf toen sultans en het Jawi-schrift (maleis geschreven in Arabische letters) werd uitgevonden.

Vanaf 1488 had heel de westkust het geloof aangenomen en bezat de sultanaat de gehele westkust . Zo werd nog in geen 100 jaar een klein vissersdorp de grootste en machtigste stad van heel zuidoost Azi, op het hoogtepunt van de stad telde ze 40.000 inwoners.

2.5 De belegering van A Famosa

Toen de Nederlanders en Engelsen naar zuidoost Azi gingen varen, had dat een groot gevolg voor de Europese geschiedenis.

Spanje had Portugal veroverd in 1580, en de haven van de stad Lissabon werd verboden terrein voor de Nederlandse en Engelse koopvaarders. Daardoor moesten zij hun specerijen en andere tropische producten wel gaan halen in Azi. Toen de Nederlandse handelsmaatschappijen samen gingen werken in 1602 richtte ze het VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie) op. De Nederlanden waren eigenlijk alleen maar genteresseerd in Malakka door zijn goeie ligging, en om de door hun gehate Portugezen een hak te kunnen zetten.

In 1640 gingen de Nederlanden eindelijk naar Malakka toe om het eiland over te nemen.

Na hevige blokkades en schietpartijen gingen de Nederlanders aan wal bij de vesting van A Fomasa (een klein stadje) en omsingelde het. Naarmate de belegering langer duurde kregen de bewoners een tekort aan voedsel en kwamen er ziektes zoals malaria, tyfus en cholera.

In 1641 bestormden de Nederlanders de vesting en namen het in. Jakarta werd gekozen als hoofdstad van hun nieuwe imperium.

Het eiland op zich was voor Nederland niet belangrijk: het enige wat het voor de Nederlanders betekende, was dat het n van de vele buitenposten van de Nederlanden was.

De Nederlanders waren toen nog de enigen uit Europa die de specerijen uit Oost-Azie konden halen. Door het monopolie op de handel verdienden ze veel geld omdat ze scherpe prijzen konden maken en iedereen die specerijen wou kopen moest eerst een vergunning vragen aan Nederland. Zo maakten ze een hoop vijanden, maar ondanks dat Malakka meer dan 150 jaar in de handen was van de Nederlanden hadden ze weinig invloed op de plaatselijke bevolking.



2.6 De Japanse Invasie tijdens de tweede wereldoorlog


Op 8 december 1942 begonnen de Japanse oorlogsschepen om 01.00 uur met het beschieten van de stranden bij Kota Bharu. De Japanners ondervonden weinig tegenstand van het volk, de meeste mensen werden in de nacht verrast met grote bombardementen en kanonnen.

3,5 uur later werd Singapore plat gebombardeerd, en binnen 24 uur hadden de Japanners alle Britse vliegvelden veroverd.

Op 10 december werden er talloze Britse schepen verwoest door de japanners en waren ze ook de baas op het water. De Japanse tanks en troepen trokken verder naar het zuiden van het Maleise schiereiland.

De Britse troepen hadden weinig training gehad en kenden de jungle zeer slecht. Bovendien was er niet genoeg munitie meer om echt verzet te plegen. Behalve de guerrillatroepen, die uit Engelse en Maleisische officieren bestond, werd er weinig verzet geboden en zij verscholen zich in de jungle hoog in bomen. Voor de Engelse troepen betekende dit een nederlaag, terwijl de Japanners alle posten van de Britten overnamen en bezetten.

Op 31 januari 1942 gingen de laatste troepen naar het schiereiland Singapore, op 8 februari vielen de Japanners Singapore voor de 2e keer aan en was er een felle strijd. Door de belegering van Singapore door de Japanners moest de generaal Singapore overgeven aan de Japanners. De Japanners hebben het 3,5 jarig bezet gehouden, maar de bevolking is steeds blijven vechten voor hun vrijheid.

3. BEVOLKING

Er zijn veel verschillende volken en culturen in Maleisi, de mensen hebben allemaal een andere manier van leven en overleven.



3.1 Bevolking


De Orang aslis waren de vroegere bewoners van Maleisi, hun ouwe tradities zijn nu over- genomen door de Maleiers, die nu in Maleisi wonen.

De bewoners die nu in Maleisi wonen hebben ook nieuwe tradities van andere landen over genomen, de Maleiers die nu in Maleisi wonen staan open voor andere invloeden, en culturen.



3.2 Orang asli?


Wie zijn de Orang asli?

Orang aslis betekent in het maleis oorspronkelijke mensenҒ.

Je kunt Maleisiҫ in 3 verschillende culturen verdelen:

- de Negritos zijn de oudste bewoners van het schiereiland, en ook gelijk de kleinste groep

- De Senoi is de grootste groep, die 8 verschillende stammen omvat.

- De proto-maleiers zijn de een na grootste groep.

Zij lopen allemaal zeer ver achter op de mensen uit de stad en hebben een slechte welvaart.

Hoe de Orang asliҒs zijn ontstaan is niet helemaal duidelijk.

Vermoedelijk zijn het verschillende hoofdgroepen, die zich qua cultuur,scholing, taal, en economie onderscheiden.

De scholing loopt ver achter, daarom werken de meeste maleiers ook in de landbouw of visserij. Er is weinig werk voor hun te vinden omdat je in de grote steden bijna overal een diploma moet hebben om verder te kunnen komen. En de mensen hebben te weinig geld om de scholing van de kinderen te betalen.

De Orang aslis tellen in het totaal 60.000 mensen waarvan 60% in het oerwoud woont, en de andere 40% wonen aan het kust gebied.



3.3 Het Longhouse


De meeste oude stammen in Maleisiҫ wonen in een zogenaamd longhouse.

Dat betekent dat er een heleboel gezinnen in zon huis wonen (kunnen wel zoҒn 60 verschillende gezinnen zijn). Zon huis bestaat meestal uit zoҒn 150 personen en de relatie onderling is zeer hecht.

Ieder Longhouse heeft een hoofdman, vroeger werd het doorgegeven van vader op zoon, nu wordt de hoofdman in de meeste gevallen gekozen. Zij moeten de feesten organiseren, ceremonies, bijeenkomsten, en ze moeten conflicten op kunnen lossen.

Een Longhouse heeft vier hoofdruimtes:

- de grote gemeenschappelijke ruimte neemt al bijna de helft van de oppervlakte van het huis in beslag. Daar vinden alle vergaderingen plaats en daar worden de gasten ontvangen.

- Dan heb je ook nog de gezinsvertrekken: elk vertrek heeft zijn eigen keuken.

- voorts heb je nog een veranda: daar drogen de vrouwen hun rijst en word vaak gebruikt voor feesten.

- Ten slotte heb je dan nog een zolder waar de vrouwen manden maken en andere souvenirs, en daar slaan ze graan op, en het wordt gebruikt voor logees.

Vroeger moest je het Longhouse altijd betreden via een gekerfde boomstam die schuin tegen het Longhouse aanstond, dat was handig en noodzakelijk, want die konden ze dan savonds omhoog halen om te voorkomen dat er ongewenste mensen of dieren binnen kwamen.

Tegenwoordig hebben ze vaste trappen. Bovendien staan de huizen op hoge palen zodat de Longhouse bij overstromingen droog blijft. De huizen staan altijd naast een rivier, waar de mensen zich in wassen. De rivier is ook belangrijk voor contact met andere dorpen die ook aan die rivier leven, en kunnen ze spullen transporteren.

Reizigers of toeristen worden altijd heel gastvrij behandeld en ze kunnen er altijd blijven slapen, meestal in ruil voor wat geld of goederen. Maar niets weegt op tegen het verblijf dat je daar krijgt.

Het kan voorkomen dat er een bijzonder teken bij de ingang van het huis staat, dat is een paal die is aangekleed met bladeren en op de kop zit vaak een witte stof. Dat houdt in dat je het huis niet mag naderen. Die paal staat er alleen maar als er een nare gebeurtenis heeft plaats gevonden zoals : een mislukte oogst of een overledene, of een vervloeking. Je bent dan pas weer welkom als het taboe is verwijderd, maar dat kan wel tussen de 2 weken en de 3 maanden duren.

De regering wil dat de bewoners van de Longhouzen verhuizen naar de stad omdat ze weinig mee krijgen van de maatschappij en de rest van de wereld.

De bewoners willen absoluut niet weg en geven verzet, maar het zal niet lang meer duren voordat alle bewoners zijn en vertrokken naar de grote steden, want daar ligt nou eenmaal hun enige goeie toekomst.

3.4 Mythes en Tradities

Veel mensen denken dat er veel Koppensnellers wonen in Maleisiҫ, waardoor vooral de stammen in Borneo in een zeer agressief daglicht worden gezet. Dat is verkeerd want de bevolking is daar juist heel aardig, en gezagsgetrouw.

Het is wel waar dat er vroeger veel hoofden werden gesneld, maar dat werd alleen gedaan als de gemeenschap door een plaag werd bedreigd: men dacht namelijk dat de hoofden bescherming boden tegen de ziektes of plagen. Daarnaast konden de jongere strijders bewijzen dat ze man waren door bij een van de vijanden de koppen eraf te hakken als bewijs dat hij heeft gevochten. Nu is het koppensnellen verboden en hangen er alleen nog schedels in de longhouses die zijn gekregen van vorige generaties.

De bevolking van vooral Sabah en Sarawak laat zich overal tatoeren en versieren. Elke tatoeage heeft een speciale betekenis en is ook altijd speciaal ontworpen voor die persoon: de bevolking gelooft daar heilig in de bescherming van tatoeages.

Vrouwen hebben dan vaak geen tatoeages maar laten gewichten aan hun oorlellen hangen, de oorlellen worden dan tot zover uitgerekt dat ze over hun borsten heen hangen.

De Borneose stammen geloven in tekens.Veel van die stammen laten zich leiden door de geluiden van vogels: bij de rijstbouw bijvoorbeeld: een roep van een bepaalde vogel betekent dat de oogst goed gaat, maar als een ongeluksvogel tegelijkertijd roept dan betekent het dat de oogst mislukt.

De jongeren worden steeds minder gelovig in de traditionele methodes, en verhuizen naar de stad om daar naar school te gaan en werk te zoeken in de industrie of beginnen daar zelf een winkeltje of restaurant.

3.5 Feestdagen

Bijna nergens anders ter wereld is de kalender zo vol met religieuze feestdagen als in Maleisi, want deze samenleving kent een grote verscheidenheid aan geloofsrichtingen en alle belangrijke wereldreligies zijn hier vertegenwoordigd. Hoewel de islam de nationale religie is, garandeert de grondwet godsdienstvrijheid voor iedereen.

  1   2   3   4   5   6

Share ing jaringan sosial


Similar:

Werkstuk Filosofie The dangers of social media

Crita


Nalika Nyalin materi nyedhiyani link © 2000-2017
kontak
c.kabeh-ngerti.com
.. Home